­     Gemeenteblad                                                                          Nr. 300

 

 

                                                                                       KADERREGELING inspraak en participatie

Hoofdstuk 1 Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.       inspraak:                    het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover van gedachten wisselen;

b.       participatie:               actieve betrokkenheid van burgers bij het bestuur van de stad in de breedste zin van het woord;

c.       beleidsvoornemen:    voorontwerp van een gemeentelijk besluit met meer dan individuele strekking dat ingrijpende verandering brengt in de bestaande situatie;

d.       belanghebbenden:     ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen, wier belang direct of indirect bij een gemeentelijk besluit is betrokken;

e.       bestuursorgaan:        een orgaan van het gemeentebestuur a's genoemd in artikel 6 van de Gemeentewet, of een door een bestuursorgaan ingesteld persoon of college met enig openbaar gezag bekleed ;

f.         klacht:                       een klacht tegen het niet verlenen van inspraak op een beleidsvoornemen, dan wel een klacht tegen de uitvoering van de inspraakprocedure.

Artikel 2 Inspraak, tenzij:

1.     Inspraak wordt verleend op alle gemeentelijke beleidsvoornemens.

2.     Geen inspraak wordt verleend:

a.   indien inspraak bij de wet is uitgesloten;

b.   indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is;

c.   op hoofdlijnen van beleid in de meerjarenbegroting en de begrotingen;

d.   op beleidsvoornemens betreffende de vaststelling van de hoogte van belastingen, heffingen, leges, rechten en tarieven;

e.   indien de gemeenteraad besluit dat om andere, nader aan te geven redenen, inspraak niet gewenst is.

Artikel 3 Inspraakrecht

Inspraak wordt verleend aan belanghebbenden

Artikel 4 Moment van inspraak

Inspraak wordt verleend in een zo vroeg mogelijk stadium, in beginsel gelijktijdig met de ontwikkeling van een beleidsvoornemen

Artikel 5 Verwerking van inspraak en terugmelding

1.         Van hetgeen door belanghebbenden naar voren is gebracht wordt een verslag gemaakt.

2.         Uit het besluit blijkt tot welke resultaten de inspraak heeft geleid.

3.         Belanghebbenden worden tijdig ge´nformeerd over de uitkomsten.

Artikel 6 Inspraakprocedure

Op de in deze verordening bedoelde inspraakprocedures is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 7 Inspraak en participatie op stedelijk niveau

1.         Burgemeester en wethouders stellen begeleidingsgroepen in voor projecten die zich daar, gelet op het belang, functie of omvang van het project, voor lenen.

2.         Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor inspraak en participatie op stedelijk niveau.

Artikel 8 Inspraak en participatie op wijkniveau

1.         In het kader van het wijkgericht samenwerken wordt per wijk een wijkplan vastgesteld met daarin de plannen voor het beheer en bestuur van de wijk.

2.         Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast voor inspraak en participatie op wijkniveau.

Artikel 9 Klachten

1.         Belanghebbenden kunnen over de uitvoering van deze verordening een schriftelijke klacht indienen bij burgemeester en wethouders.

2.         Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertig dagen over het klaagschrift. 3. De beslissing op het klaagschrift wordt ter kennis gebracht van de gemeenteraad.

Artikel10

Deze verordening kan worden aangehaald als: Kaderregeling inspraak en participatie.

Artikel 11

De verordening treedt formeel in werking op de achtste dag nadat deze is bekendgemaakt

Vast.Gesteld bij raadsbesluit van 15 juli 1999, nr. 7

Gepubliceerd in het gemeenteblad op 16 juli 1999

Gepubliceerd in het Alkmaars Weekblad OP 21 juli 1999.


TOELICHTING

De kaderregeling inspraak en participatie geeft regels hoe belanghebbenden bij de gemeentelijke besluitvorming warden betrakken. Uitgangspunt van deze regeling is dat burgers vroegtijdig bij de besluitvorming betrakken warden, dat hun inbreng herkenbaar wordt meegenomen in de belangenafweging die aan het feitelijk te nemen besluit voorafgaat en dat zij warden ge´nformeerd over de uitkomsten.

Meer informatie over de achtergronden van deze verordening en het beleid dat hiermee verbonden is, staat in de nota Evaluatie kaderregeling inspraak en participatie, die gelijktijdig met deze verordening door de gemeenteraad is vastgesteld.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1 begripsbepaling

Inspraak en participatie

Onder participatie wordt verstaan de actieve betrokkenheid/deelname van burgers bij het bestuur van de stad in de breedste zin van het woord. Van be´nvloeding van "de politiek" tot meedenken en meedoen aan het bestuur en het beheer van de leefomgeving in het wijkgericht samenwerken.

Inspraak is een specifieke vorm van participatie die betrekking heeft op een beleidsvoornemen. Namelijk het ten aanzien daarvan kenbaar maken van een Zienswijze en daarover van gedachten Wisselen. Een beleidsvoornemen is een ontwerp van een gemeentelijk besluit met meer dan individuele strekking. Inspraak heeft dus altijd betrekking op een (voor)ontwerp van een gemeentelijk besluit. Het karakter van inspraak kan variŰren van reagerend tot interactief. De relatie met "interactieve beleid5ontwikkeling" is genuanceerd.

Het begrip "interactie" betekent volgens het woordenboek wisselwerking, wederzijdse be´nvloeding van personen of stromingen.

De kaderegeling is duidelijk op dit punt en definieert inspraak als het ten aanzien van beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover van gedachten wisselen. In deze laatste Zinsnede ligt het gewenste interactieve karakter van inspraak als communicatief handelen besloten. Met name over beheer, beleid en ruimtelijke plannen.

In de categorie "andere besluiten"heeft de inspraak niet zelden een reagerend karakter. Dat is het geval bij bepaalde ontheffingen en vergunningen.

Beleidsvoornemen

Inspraak wordt in principe verleend op alle beleidsvoornemens. Onder een beleidsvoornemen wordt verstaan een voorontwerp van een gemeentelijk besluit met meer dan individuele strekking, dat ingrijpende verandering brengt in de bestaande situatie.

Dit is een heel globaal begrip dat betrekking heeft op een enorme variatie van gemeentelijke besluiten. Er zijn grofweg vier categorieŰn te Onderscheiden.

 

Gemeentelijke besluitvorming en bijbehorende vormen van participatie

Beheer

Beleid

Ruimtelijke plannen

Andere besluiten

Over beheer, onderhoud, uitvoeringswerkzaam-heden van eerder vastgesteld beleid, en allerhande dagelijkse knelpunten vindt in het kader van wijkgericht samenwerken op verschillende plaatsen periodiek overleg plaats.

Hiervoor is geen geŰigende wettelijke procedure.

Over beleidsvoornemens op allerlei terreinen. zoals t.a.v. de stadsontwikkeling en beheer, welzijn, sociale dienstverlening etc. wordt inspraak verleend aan belanghebbenden. De wettelijke open bare voorbereidings- procedure ex. Afdeling 3.4 van de (Awb) is van toepassing.

Bouwplannen en ruimtelijke plannen. De openbare voor- bereidingsprocedure

ex. Afdeling 3.4 van de i Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, evenals de procedure volgens de kaderregeling, tenzij het gaat om "kleine plannen", zoals een dakkapel of tuinhuisje.

Bij besluiten op aanvraag en ambtshalve te nemen besluiten (beschikkingen) is soms een wettelijke open bare voorbereidings- procedure van toepassing.

Voor besluiten met individuele rechtsgevolgen wordt geen 3.4-procedure gevoerd. (privacy) 

 Het soort besluit is bepalend vaar de vraag op welke wijze burgers bij de besluitvorming worden betrokken.

 

Belanghebbenden

Het begrip "belanghebbenden" is ruim gedefinieerd. Wie in en bepaald geval belanghebbende is hangt af van de situatie. De kring van belanghebbenden bij een aanvraag voor een bouwvergunning voor een dakkapel of een tuinhuisje zal beperkt zijn tot de direct omwonenden. De ontwikkeling van horecabeleid is echter een zaak die veel meer mensen aangaat. Bij de toepassing van deze verordening wordt ruimhartig omgegaan met het begrip belanghebbenden.

Bestuursorgaan

Normaliter worden besluiten genomen door of namens de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester. Elk van deze organen beschikt over bestuurlijke bevoegdheden.

 

Artikel 2 Het onderwerp van inspraak en participatie

Eerste lid

In verband met het algemene kaderstellende karakter van de kaderregeling bepaalt dit artikel dat inspraak wordt verleend op alle beleidsvoornemens. Het soort besluit is echter wel medebepalend voor de vraag op welke wijze burgers bij de besluitvorming worden betrokken. De kaderregeling ziet, door de koppeling met de openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak bij de totstandkoming van beleid, ruimtelijke plannen en andere besluiten (bijv. vergunningen en ontheffingen op grond van bijzondere wet ten of de Apv).

Overleg over beheerskwesties zijn minder gebonden aan formele procedures.

Het is de taak van de gemeente om steeds duidelijkheid te verschaffen over wat het onderwerp is en welke procedure daarbij van toepassing is. De ruimte waarbinnen men kan inspreken dient zo mogelijk vooraf bekend te zijn: bijv. meedenken over een eerste ontwikkeling, of alleen reageren op een beleidsvoornemen, of slechts over bepaalde aspecten ervan.

Tweede lid 

In dit artikel zijn de besluiten waarop geen inspraak wordt verleend limitatief opgesomd.

De gemeenteraad stelt met de begroting en de meerjarenbegroting de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid vast. Uiteraard staat het een ieder vrij om invloed uit te oefenen op het politieke proces.

Artikel 4 Het moment van inspraak

De vuistregel is dat burgers vroegtijdig bij de besluitvorming worden betrokken.

Dat wil zeggen op een moment dat een beleidsvoornemen nog niet is uitgekristalliseerd, maar de definitieve besluitvorming daarover nog niet heeft plaatsgevonden en mitsdien nog door de inspraak kan worden be´nvloed. Idealiter is het zo dat belanghebbenden worden geraadpleegd voordat de openbare voorbereidingsprocedure de definitieve besluitvorming inluidt. Inspraak kan zo een meer interactief karakter krijgen. Schematisch ziet de procedure van de kaderregeling er als volgt uit (het apestaartje staat voor een bestuursbesluit).

 

@ Beleidsvoornemen (voorontwerp v/e besluit) Ó vooroverleg met belanghebbenden Ó

@ over ontwerp v/e besluit Ó openbare voorbereidingsprocedure 3.4 Awb; kennisgeving, ter inzage leggen, "algemene" inspraak

@ ("eindbesluit") Ó bekendmaking en uitvoering.

 

Deze procedure is vooral van belang voor het ontwikkelen van beleid en ruimtelijke plannen en bepaalde "andere besluiten", Voor het merendeel van deze laatste categorie geldt de openbare voorbereidingsprocedure. Tenzij er spraken is van beschikkingen met slechts individuele rechtsgevolgen (privacy).

Voor ruimtelijke plannen is enig voorbehoud op zijn plaats. Het spreekt voor zich dat een uitgebreide procedure voor een bouwvergunning voor een dakkapel of een tuinhuisje wat veel van het goede is. De procedure is bedoeld voor plannen die wat betreft omvang, functie of uitstraling beeldbepalend zijn voor een straat of buurt.

 

Artikel 5 Verwerking van inspraak en terugmelding

Minstens zo belangrijk als de gelegenheid geven tot inspraak en participatie is het terugmelden van de resultaten. Mensen willen graag weten welke rol hun opvatting heeft gespeeld in de besluitvorming. Zij mogen van de gemeente verwachten dat hun belang herkenbaar is meegewogen. Vandaar de waarborg voor een correcte önazorgö.

Vanzelfsprekend vindt de terugmelding tijdig plaats. Dat wil zeggen zodra het besluit bekendgemaakt wordt.

Artikel 6 Inspraakprocedure

Op de in de Kaderregeling bedoelde inspraakprocedures is de openbare voorbereidingprocedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (ANWB) van toepassing. Deze procedure waarborgt een minimum van burgerinvloed op overheidsbesluiten en kent een tijdsbeslag van ten minste vier weken. In deze procedure zijn kennisgeving, ter inzage leggen, inspraak en rapportage met betrekking tot ontwerpbesluiten geregeld. Deze procedure wordt gevolgd bij de totstandkoming van bouwplannen, ruimtelijke plannen en bepaalde andere besluiten.

Voorts bepaalt de wet dat het uiteindelijke besluit wordt bekendgemaakt.

Artikel 7 Inspraak en participatie op stedelijk niveau

Eerste lid Begeleidingsgroepen en andere overleggroepen

Inspraak op stedelijk niveau heeft betrekking op besluitvorming over beleid dat van toepassing is op de gehele stad. Voorts gaat het om ruimtelijke plannen die wat betreft omvang, functie of op een andere manier een stedelijk (wijkoverstijgend) belang vertegenwoordigen. Als daarvan sprake is kan een begeleidingsgroep warden ge´nstalleerd.

Welke projecten hiervoor in aanmerking kamen is niet altijd duidelijk.

Het college van burgemeester en wethouders stellen een begeleidingsgroep in. Ook de gemeenteraad kan in het kader van het initiatiefrecht besluiten dat een begeleidingsgroep wordt ingesteld.

Naast begeleidingsgroepen, die zijn verbonden met het ontwikkelen van grotere projecten, wordt op stedelijk niveau ook vorm gegeven aan inspraak en participatie door thematische overlegplatforms. zoals het Bereikbaarheidsoverleg, het Economisch centrummanagement en de Overleggroep horecabeleid.

 

Artikel 8 Inspraak en participatie op wijkniveau

Eerste lid Wijkplannen 

Inspraak en participatie op wijkniveau vindt in belangrijke mate plaats in het kader van het wijkgericht samenwerken. Los van de algemene bepalingen over inspraak en participatie in de besluitvormingsprocedure, wordt dit specifiek voor de afzonderlijke wijken belichaamd door het wijkplan. Daarin staan de plannen voor de wijk op diverse terreinen vermeld.

Een wijkplan is een beleidsvoornemen zoals bedoeld in deze verordening. Een uitvoerige voorbereiding met een nadrukkelijke rol daarin van de buurtbewoners, gaat vooraf aan de vaststelling van het wijkplan.

 

Artikel10 Klachten

Het begrip klacht heeft betrekking op het niet verlenen van inspraak op een beleidsvoornemen, dan wel een klacht tegen de uitvoering van de inspraakprocedure.

Het moet worden onderscheiden van het begrip klacht volgens de "algemene" klachtenregeling. Dergelijke klachten hebben betrekking op gedragingen van ambtenaren en, na vaststelling van de nieuwe klachtenregeling, bestuursorganen.

Het gaat om feiten waarvoor geen bezwaar en/of beroepsprocedure bestaat.

De klachtprocedure biedt de mogelijkheid dat klagers, als zij daartoe verzoeken, worden gehoord door of namens het college van burgemeester en wethouders. Van een hoorzitting wordt een verslag opgemaakt.


RSH <februari 2004>

<terug>